De psychologie achter het toewijzen van sportbekers en andere prijzen

Bij vrijwel iedere sport wordt er wel een prijs uitgereikt aan de winnaar of winnaars. Een sportbeker of wisselbeker, een kampioensschaal en medailles zijn bij vrijwel alle sportwedstrijden aanwezig. Van individueel tot teamsport, en van bowlingtrofee tot een wisselbeker kopen voor derugby, sportprijzen zijn overal en atleten doen hun uiterste best om ze te veroveren.

Nu is het voor sommige sporten direct duidelijk wie de winnaar is. Het team dat de meeste doelpunten maakt bij een voetbalwedstrijd heeft natuurlijk gewonnen.  Maar bij andere sporten is dit niet direct duidelijk. Bij een bokswedstrijd waarbij geen van beide vechters neergaat, bepaalt een jury wie wint. Bij het turnen beslist de jury wie de beste vorm heeft, evenals bij schoonzwemmen en dressuur. Gebeurt dat wel objectief? Of worden juryleden onbewust beïnvloed?

Hoe werkt het toewijzen van de kampioensschaal op basis van punten?

Veel esthetische sporten, waaronder figuurschaatsen, synchroon zwemmen en de eerder genoemde sporten worden beoordeeld door een panel van juryleden. De jury geeft meestal een maximum van 10 punten. Fouten of onvolmaaktheden in uitvoering leiden tot puntenaftrek. De kleinste aftrek is een tiende van een punt. Voor wie de meeste punten scoort kopen we een kampioensschaalof bestellen we medailles, toch?

6 factoren die jurytoewijzingen onbetrouwbaar maken

Het is niet per definitie de beste atleet die met de prijs naar huis gaat. Dat kom door een zestal factoren die het oordeel van de jury kunnen beïnvloeden:

  1. Het Halo effect. Een jury kan zich blindstaren op één aspect van de wedstrijd van één atleet en dit aspect doortrekken naar alle andere onderdelen van de wedstrijd zonder dit objectief te beoordelen.
  2. Reputatie. Befaamde atleten krijgen bij een jurybeoordeling vaak onbewust een streepje voor, of tegen.
  3. Patriottisme. Onbewust geven veel mensen de voorkeur aan atleten uit hun eigen land of streek
  4. Conformiteit. Wanneer binnen een jury van vijf mensen, er vier dicht bij elkaar zitten wat puntentelling betreft, zal het vijfde jurylid niet snel heel veel afwijken van de score van de rest.
  5. De volgorde van optreden. Vaak treden de, op papier, beste atleten als laatste op. Eerdere atleten gelden voor de jury dan mogelijk vooral als ijkpunt voor latere atleten.
  6. Herinnering. Wanneer een atleet in het verleden goed gepresteerd heeft, kunnen juryleden onbewust de neiging krijgen om kleine foutjes over het hoofd te zien.

Ben bewust bij jurybeoordelingen

De bovenstaande informatie betekent helemaal niet dat we nu alle wedstrijden met een jury op moet schorten en de bestelde sportbekers moeten cancelen. Het is alleen goed om je van het bovenstaande bewust te zijn bij het samenstellen van een jury of wanneer je zelf jurylid bent.